Eencellig organisme vertoont geavanceerde leervermogens

0
3

Een microscopisch klein, hersenloos organisme heeft wetenschappers verrast door een vorm van leren tentoon te spreiden waarvan voorheen werd gedacht dat deze exclusief was voor dieren met een zenuwstelsel. Onderzoekers hebben ontdekt dat Stentor coeruleus, een eencellige protist, in staat is tot associatief leren – het vermogen om twee niet-gerelateerde stimuli met elkaar te verbinden en op gebeurtenissen te anticiperen. Deze ontdekking daagt lang gekoesterde aannames over de oorsprong van cognitie en geheugen uit.

Het experiment: Pavloviaanse conditionering in een enkele cel

Het experiment, uitgevoerd door Sam Gershman en zijn team aan de Harvard Universiteit, weerspiegelde Ivan Pavlovs klassieke onderzoek naar speekselafscheiding bij honden. Stentor cells, which attach to surfaces and feed using a trumpet-like structure, were subjected to a series of taps. Aanvankelijk trokken de cellen zich defensief samen als ze werden aangeraakt. Door herhaaldelijk tikken raakten ze echter gewend – een veel voorkomende reactie in het dierenrijk – waardoor hun reactie in de loop van de tijd afnam.

De cruciale bevinding kwam toen een zwakke tik consequent werd gecombineerd met een sterkere tik, die slechts één seconde later werd gegeven. Gedurende meerdere onderzoeken verhoogden de Stentor -cellen aanvankelijk hun samentrekkingssnelheid als reactie op de zwakke tik, voordat ze deze geleidelijk weer verlaagden. Deze “hobbel” in de gegevens suggereert dat het organisme had geleerd de zwakke tik te associëren met de naderende sterkere stimulus.

Waarom dit ertoe doet: de geschiedenis van cognitie herschrijven

Dit is het eerste gedocumenteerde geval van associatief leren bij een protist, een organisme zonder neuraal weefsel. Het vermogen van Stentor om te leren zonder hersenen suggereert dat de fundamentele mechanismen van cognitie veel ouder en wijdverbreider kunnen zijn dan eerder werd aangenomen.

De implicaties zijn aanzienlijk: Associatief leren dateert waarschijnlijk honderden miljoenen jaren vóór de evolutie van het zenuwstelsel. Onderzoekers speculeren dat soortgelijke processen vandaag de dag nog steeds op moleculair niveau in neuronen kunnen werken, onafhankelijk van synaptische veranderingen.

Het mechanisme: moleculair geheugen in een enkele cel

Hoewel het exacte mechanisme onbekend blijft, veronderstelt Gershman dat het gaat om receptoren die op aanraking reageren door de calciuminstroom op gang te brengen, waardoor de interne spanning van de cel verandert. Herhaalde stimulatie kan deze receptoren wijzigen, waardoor een moleculaire ‘schakelaar’ ontstaat die de contractie onderdrukt. Dit suggereert dat zelfs de eenvoudigste vormen van geheugenopslag kunnen plaatsvinden zonder speciale neurale structuren.

Andere wetenschappers, zoals Shashank Shekhar van de Emory University, geloven dat dit vermogen vaker voorkomt in eencellig leven dan we momenteel begrijpen. De ontdekking opent de deur naar het onderzoeken van cognitieve vaardigheden in andere eencellige organismen, waardoor mogelijk de vroegste wortels van intelligentie op aarde worden onthuld.

Dit onderzoek stelt ons begrip van cognitie fundamenteel op de proef, en toont aan dat voor geavanceerd leren niet noodzakelijkerwijs hersenen nodig zijn. Het vermogen van een enkele cel om dergelijk complex gedrag te vertonen roept diepgaande vragen op over de evolutie van intelligentie en de grenzen van het aanpassingsvermogen van het leven.